A
arschlings (adj.)
achteruit, om precies te zijn:“in de richting van achteren“
aufmandeln (v.)
gewichtig doen, voornamelijk als in de biertent geen plaats meer vrij is.
aufmischen (v.)
afranselen, een pak slaag geven
aufstöin (v.)
een Bier weggeven
B
Baaz (Sub.)
modder, blubber
Bappn (Sub.)
mond of gezicht, scheefgetrokken van de pijn of gewoon vanwege een slecht humeur.
Voorbeeld: „Hoit dei Bappn.“ („Hou je mond!“)
Batzerl (Sub.)
kleine hoeveelheid van iets.
Bazi (Sub.)
bedrieger, kwajongen, oplichter







