Z
Zamperl (Sub.)
kleine hond, vaak ook als naam. Meestal een teckel of dashond; zie ook “Wastl”
Ziegarn (Sub.)
Sigaar. Op het Oktoberfeest wordt voornamelijk de klassieke Beierse sigaar „Virginia“ verkocht.
Zsammgsuffana (Sub.)
persoon met een slechte naam, reputatie.
zupf de (v.)
maak dat je wegkomt!
Zwetschgndatschi (Sub.)
Platte koek gemaakt van deeg en belegd met een dikke laag blauwe pruimen. Zie ook: „Datschi“
zwieda (adj.)
humeurig, slechte zin hebben
Zwiefacher (Sub.)
volksdans, wordt gekenmerkt door de wisseling van de maat tussen de 3-kwarts-maat en de 4-kwarts-maat.







