Deutsch English Italiano Japanese Nederlands Svenska Dansk

A

arschlings (adj.)
achteruit, om precies te zijn:“in de richting van achteren“

aufmandeln (v.)
gewichtig doen, voornamelijk als in de biertent geen plaats meer vrij is.

aufmischen (v.)
afranselen, een pak slaag geven

aufstöin (v.)
een Bier weggeven

B

Baaz (Sub.)
modder, blubber

Bappn (Sub.)
mond of gezicht, scheefgetrokken van de pijn of gewoon vanwege een slecht humeur. Voorbeeld: „Hoit dei Bappn.“ („Hou je mond!“)

Batzerl (Sub.)
kleine hoeveelheid van iets.

Bazi (Sub.)
bedrieger, kwajongen, oplichter

  A     B     C     D     E     F     G     H     I     J     K     L     M     N     O     P     Q     R     S     T     U     V     W     X     Y     Z